Jesaja 54
Het boek van de profeet Jesaja

HSV

Beloften van heil voor Sion

1Zing Gal. 4:27vrolijk, onvruchtbare, u die niet gebaard hebt,

breek uit in gejuich en jubel het uit, u die geen weeën gekend hebt,

want de kinderen van de eenzame zijn talrijker

dan de kinderen van de getrouwde, zegt de HEERE.

2Vergroot de plaats voor uw tent,

laat men uw tentkleden54:2 tentkleden - Letterlijk: de gordijnen van uw woningen. wijd uitspannen,

wees niet terughoudend,

verleng uw touwen,

sla uw pinnen vast.

3Want u zult zich rechts en links uitbreiden,

uw nageslacht zal de heidenvolken in bezit nemen

en de verlaten steden bevolken.

4Wees niet bevreesd, want u zult niet beschaamd worden;

word niet rood van schaamte, want u zult niet te schande worden.

Ja, u zult de schande van uw jeugd vergeten,

en niet meer denken aan de smaad van uw weduwschap.

5Want uw Maker is uw Man,

HEERE van de legermachten is Zijn Naam,

en uw Verlosser is de Heilige van Israël,

de God van heel de aarde zal Hij genoemd worden.

6Want als een verlaten vrouw,

een bedroefde van geest, roept de HEERE u,

de vrouw van de jeugd, die afgewezen was,

zegt uw God.

7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten,

maar in grote barmhartigheid zal Ik u bijeenbrengen.

8In een stortvloed van grote toorn heb Ik voor u

Mijn aangezicht een ogenblik verborgen,

maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij over u ontfermen,

zegt de HEERE, uw Verlosser.In de SV lezen we hier iets anders, nl. in een “kleine toorn”. Wat is hier aan de hand? Allereerst moet worden gezegd dat het Hebreeuws hier een woordspeling gebruikt. Er staat namelijk “shetsef qetsef”. Het Hebreeuwse woord “qetsef” wordt in de HSV consistent weergegeven met “grote toorn”. Maar wat betekent nu eigenlijk het woordje “shetsef”? Het komt maar één keer in de hele Bijbel voor en dat maakt het moeilijk om uit te vinden wat het betekent. Ook de meeste woordenboeken kunnen er alleen maar naar raden. De statenvertalers wisten het kennelijk niet en hebben hier de Septuaginta gevolgd, de Griekse vertaling van het Oude Testament. De meeste geleerden zijn het er inmiddels echter over eens dat “shetsef” een alternatieve schrijfwijze is voor “shetef”, wat “vloed, overstroming” betekent. De schrijver van Jesaja 54:8 heeft mogelijk voor deze schrijfwijze gekozen om het woord te laten rijmen op het volgende.

9Want dit zal voor Mij zijn als bij de wateren van Noach,

toen Ik Gen. 9:11zwoer

dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden komen;

zo heb Ik gezworen

dat Ik niet meer op u toornen zal en u niet meer bestraffen zal.

10Want al zouden bergen wijken

en heuvels wankelen,

Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken

en het verbond van Mijn vrede zal niet wankelen,

zegt de HEERE, uw Ontfermer.

11U, ellendige, door stormweer voortgedrevene, ongetrooste,

zie, Ik zal uw stenen leggen in schitterend zilverwit,

Ik zal u grondvesten op saffieren,

12uw torens maken van kristal,

uw poorten van robijn,

heel uw omwalling van edelsteen.

13Joh. 6:45Al uw kinderen zullen door de HEERE onderwezen zijn,

en de vrede van uw kinderen zal groot zijn.

14U zult door gerechtigheid bevestigd worden.

Houd u ver van onderdrukking, want u zult niet bevreesd zijn,

en ver van verschrikking, want zij zal niet tot u naderen.

15Zie, zij zullen zeker samenscholen – niet door Mijn toedoen

wie tegen u ten strijde trekt, die zal om u ten val komen.

16Zie, Ík heb de smid geschapen,

die het kolenvuur aanblaast

en wapentuig vervaardigt, geschikt voor zijn doel;

en Ík heb de verwoester geschapen om te gronde te richten.

17Elk wapentuig dat tegen u wordt vervaardigd, zal niets uitrichten,

en elke tong die in het gericht tegen u opstaat, zult u schuldig verklaren.

Dit is het erfelijk bezit van de dienaren van de HEERE,

en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.

SV

54

De toekomst van Sion

1Zing Gal. 4:27.vrolijk, gij onvruchtbare, die niet gebaard hebt! maak geschal met vrolijk gezang, en juich, die geen barensnood gehad hebt! want de kinderen der eenzame zijn meer, dan de kinderen der getrouwde, zegt de HEERE.

2Maak de plaats uwer tenten wijd, en dat men de gordijnen uwer woningen uitbreide, verhinder het niet; maak uw koorden lang, en steek uw pinnen vast in.

3Want gij zult uitbreken ter rechter- en ter linkerhand; en uw zaad zal de heidenen erven, en zij zullen de verwoeste steden doen bewonen.

4Vrees niet, want gij zult niet beschaamd worden, en word niet schaamrood, want gij zult niet te schande worden; maar gij zult de schaamte uwer jonkheid vergeten, en den smaad uws weduwschaps zult gij niet meer gedenken.

5Want uw Maker is uw Man, HEERE der heirscharen is Zijn Naam; en de Heilige Israëls is uw Verlosser; Hij zal de God des gansen aardbodems genaamd worden.

6Want de HEERE heeft u geroepen, als een verlaten vrouw en bedroefde van geest; nochtans zijt gij de huisvrouw der jeugd, hoewel gij versmaad zijt geweest, zegt uw God.

7Voor een klein ogenblik heb Ik u verlaten; maar met grote ontfermingen zal Ik u vergaderen.

8In een kleinen toorn heb Ik Mijn aangezicht van u een ogenblik verborgen; maar met eeuwige goedertierenheid zal Ik Mij uwer ontfermen, zegt de HEERE, uw Verlosser.

9Want dat zal Mij zijn als de wateren van Noach, toen Ik Gen. 9:11.zwoer, dat de wateren van Noach niet meer over de aarde zouden gaan; alzo heb Ik gezworen, dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal.

10Want bergen zullen wijken, en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.

11Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste! zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.

12En uw glasvensters zal Ik kristallijnen maken, en uw poorten van robijnstenen, en uw ganse landpale van aangename stenen.

13En Joh. 6:45.al uw kinderen zullen van den HEERE geleerd zijn, en de vrede uwer kinderen zal groot zijn.

14Gij zult door gerechtigheid bevestigd worden; wees verre van verdrukking, want gij zult niet vrezen; en verre van verschrikking, want zij zal tot u niet naken.

15Ziet, zij zullen zich zekerlijk vergaderen, doch niet uit Mij; wie zich tegen u vergaderen zal, die zal om uwentwil vallen.

16Zie, Ik heb den smid geschapen, die de kolen in het vuur opblaast, en die het instrument voortbrengt tot zijn werk; ook heb Ik den verderver geschapen, om te vernielen.

17Alle instrument, dat tegen u bereid wordt, zal niet gelukken, en alle tong, die in het gericht tegen u opstaat, zult gij verdoemen; dit is de erve der knechten des HEEREN, en hun gerechtigheid is uit Mij, spreekt de HEERE.