Johannes 14
Het heilig evangelie naar de beschrijving van Johannes

HSV

Het huis van de hemelse Vader

1Laat uw hart niet in beroering raken; u gelooft in God, geloof ook in Mij.Ontroerd vs. in verwarring: Op het eerste gezicht lijkt er een groot verschil te zijn tussen het ontroerd worden van de SV en het in verwarring raken in de herziening. Dit is echter niet het geval. Ook hier heeft in de loop der jaren een betekenisverschuiving plaatsgehad. Ontroerd worden betekende in de tijd dat de SV ontstond iets anders dan wat wij er nu onder verstaan. Het Griekse grondwoord tarassoo betekent gewoonweg in verwarring raken. Zo is het ook overal in de HSV weergegeven, behalve in het Evangelie naar Johannes. Daar heeft het namelijk ook betrekking op de Heere Jezus (11:33; 12:27; 13:21) en is in verwarring raken minder gepast. Daarom is in dit boek gekozen voor in beroering raken.

2In het huis van Mijn Vader zijn veel woningen; als dat niet zo was, zou Ik het u gezegd hebben. Ik ga heen om een plaats voor u gereed te maken.

3En als Ik heengegaan ben en plaats voor u gereedgemaakt heb, kom Ik terug en zal u tot Mij nemen, Joh. 12:26; 17:24opdat ook u zult zijn waar Ik ben.

4En waar Ik heen ga, weet u, en de weg weet u.

5Thomas zei tegen Hem: Heere, wij weten niet waar U heen gaat, en hoe kunnen wij de weg weten?

6Jezus zei tegen hem: Hebr. 9:8Ik ben de Weg, Joh. 1:17de Waarheid Joh. 1:4; 11:25en het Leven. Joh. 10:9Niemand komt tot de Vader dan door Mij.

7Als u Mij gekend had, zou u ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu af kent u Hem en hebt u Hem gezien.

8Filippus zei tegen Hem: Heere, laat ons de Vader zien en het is ons genoeg.

9Jezus zei tegen hem: Ben Ik zo'n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Joh. 10:30Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien?

10Gelooft u niet Joh. 10:38dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? Vers 24; Joh. 7:16; 8:28; 10:38; 12:49; 16:13; 17:21De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, Joh. 5:17maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken.

11Geloof Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is, en zo niet, geloof Mij dan om de werken zelf.

12Matt. 21:21; Luk. 17:6; Hand. 5:12; 19:11Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, zal de werken die Ik doe, ook doen, en hij zal grotere doen dan deze, want Ik ga heen naar Mijn Vader.

13Jer. 29:12; Matt. 7:7; 21:22; Mark. 11:24; Luk. 11:9; Joh. 15:7; 16:24; Jak. 1:5; 1 Joh. 3:22En wat u ook zult vragen in Mijn Naam, dat zal Ik doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt zal worden.

14Als u iets vragen zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

De belofte van de andere Trooster

15Vers 21,23; Joh. 15:10; 1 Joh. 5:3Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.

16En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid,Het grondwoord voor Trooster is ook te vertalen als: advocaat, pleitbezorger, verdediger; zie ook Joh. 14:26; 15:26; 16:7.

17namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn.

18Matt. 28:20Ik zal u niet als wezen achterlaten; Ik kom weer naar u toe.

19Nog een korte tijd en de wereld zal Mij niet meer zien, maar u zult Mij zien, want Ik leef en u zult leven.

20Op die dag zult u inzien dat Ik in Mijn Vader ben, en u in Mij, en Ik in u.

21Wie Mijn geboden heeft en die in acht neemt, die is het die Mij liefheeft, en wie Mij liefheeft, hem zal Mijn Vader liefhebben; en Ik zal hem liefhebben en Mijzelf aan hem openbaren.

22Judas, niet de Iskariot, zei tegen Hem: Heere, hoe komt het dat U Zichzelf aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?

23Jezus antwoordde en zei tegen hem: Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen.

24Wie Mij niet liefheeft, neemt Mijn woorden niet in acht; Vers 10; Joh. 7:16; 8:28; 12:49; 16:13en het woord dat u hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, Die Mij gezonden heeft.

25Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf.

26Luk. 24:49; Joh. 15:26; 16:7; Hand. 2:4Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Joh. 16:13Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb.

27Filipp. 4:7Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet zoals de wereld die geeft, geef Ik die u. Laat uw hart niet in beroering raken en niet bevreesd worden.Ontroerd vs. in verwarring: Op het eerste gezicht lijkt er een groot verschil te zijn tussen het ontroerd worden van de SV en het in verwarring raken in de herziening. Dit is echter niet het geval. Ook hier heeft in de loop der jaren een betekenisverschuiving plaatsgehad. Ontroerd worden betekende in de tijd dat de SV ontstond iets anders dan wat wij er nu onder verstaan. Het Griekse grondwoord tarassoo betekent gewoonweg in verwarring raken. Zo is het ook overal in de HSV weergegeven, behalve in het Evangelie naar Johannes. Daar heeft het namelijk ook betrekking op de Heere Jezus (11:33; 12:27; 13:21) en is in verwarring raken minder gepast. Daarom is in dit boek gekozen voor in beroering raken.

28Vers 3U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik.

29En nu heb Ik het u gezegd voordat het zal gebeuren, Joh. 13:19; 16:4opdat, wanneer het gebeurt, u zult geloven.

30Ik zal niet veel meer met u spreken, Joh. 12:31; 16:11; Efez. 2:2want de vorst van deze wereld komt en heeft geen macht over Mij.

31Maar de wereld moet weten dat Ik de Vader liefheb, en doe zoals de Vader Mij Joh. 10:18; Hebr. 10:5geboden heeft.

Sta op, laten wij hier vandaan gaan.

SV

14

Christus vertroost Zijn discipelen

1Uw hart worde niet ontroerd; gijlieden gelooft in God, gelooft ook in Mij.

2In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.

3En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn, en u plaats zal bereid hebben, zo kome Ik weder en zal u tot Mij nemen, Joh. 12:26. 17:24.opdat gij ook zijn moogt, waar Ik ben.

4En waar Ik heenga, weet gij, en den weg weet gij.

5Thomas zeide tot Hem: Heere, wij weten niet, waar Gij heengaat; en hoe kunnen wij den weg weten?

6Jezus zeide tot hem: Hebr. 9:8.Ik ben de Weg, Joh. 1:17.en de Waarheid, Joh. 1:4. 11:25.en het Leven. Joh. 10:9.Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.

7Indien gijlieden Mij gekend hadt, zo zoudt gij ook Mijn Vader gekend hebben; en van nu kent gij Hem, en hebt Hem gezien.

8Filippus zeide tot Hem: Heere, toon ons den Vader, en het is ons genoeg.

9Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Joh. 10:30.Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?

10Gelooft gij niet, Joh. 10:38.dat Ik in den Vader ben, en de Vader in Mij is? Vers 24. Joh. 7:16. 8:28. 10:38. 12:49. 16:13. 17:21.De woorden, die Ik tot ulieden spreek, spreek Ik van Mijzelven niet, Joh. 5:17.maar de Vader, Die in Mij blijft, Dezelve doet de werken.

11Gelooft Mij, dat Ik in den Vader ben en de Vader in Mij is; en indien niet, zo gelooft Mij om de werken zelve.

12Matt. 21:21. Luk. 17:6. Hand. 5:12. 19:11.Voorwaar, voorwaar zeg Ik ulieden: Die in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen, en zal meerder doen, dan deze; want Ik ga heen tot Mijn Vader.

13Jer. 29:12. Matt. 7:7. 21:22. Mark. 11:24. Luk. 11:9. Joh. 15:7. 16:24. Jak. 1:5. 1 Joh. 3:22.En zo wat gij begeren zult in Mijn Naam, dat zal Ik doen; opdat de Vader in den Zoon verheerlijkt worde.

14Zo gij iets begeren zult in Mijn Naam, Ik zal het doen.

Belofte van den Heiligen Geest

15Vers 21, 23. Joh. 15:10. 1 Joh. 5:3.Indien gij Mij liefhebt, zo bewaart Mijn geboden.

16En Ik zal den Vader bidden, en Hij zal u een anderen Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid;

17Namelijk den Geest der waarheid, Welken de wereld niet kan ontvangen; want zij ziet Hem niet, en kent Hem niet; maar gij kent Hem; want Hij blijft bij ulieden, en zal in u zijn.

18Matt. 28:20.Ik zal u geen wezen laten; Ik kom weder tot u.

19Nog een kleinen tijd, en de wereld zal Mij niet meer zien; maar gij zult Mij zien; want Ik leef, en gij zult leven.

20In dien dag zult gij bekennen, dat Ik in Mijn Vader ben, en gij in Mij, en Ik in u.

21Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.

22Judas, niet de Iskáriot, zeide tot Hem: Heere, wat is het, dat Gij Uzelven aan ons zult openbaren, en niet aan de wereld?

23Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zo iemand Mij liefheeft, die zal Mijn woord bewaren; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen, en zullen woning bij hem maken.

24Die Mij niet liefheeft, die bewaart Mijn woorden niet; Vers 10. Joh. 7:16. 8:28. 12:49. 16:13.en het woord dat gijlieden hoort, is het Mijne niet, maar des Vaders, Die Mij gezonden heeft.

25Deze dingen heb Ik tot u gesproken, bij u blijvende.

26Luk. 24:49. Joh. 15:26. 16:7. Hand. 2:4.Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Joh. 16:13.Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

27Filipp. 4:7.Vrede laat Ik u, Mijn vrede geef Ik u; niet gelijkerwijs de wereld hem geeft, geef Ik hem u. Uw hart worde niet ontroerd en zij niet versaagd.

28Vers 3.Gij hebt gehoord, dat Ik tot u gezegd heb: Ik ga heen, en kom weder tot u. Indien gij Mij liefhadt, zo zoudt gij u verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen tot den Vader; want Mijn Vader is meerder dan Ik.

29En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschied is; Joh. 13:19. 16:4.opdat, wanneer het geschied zal zijn, gij geloven moogt.

30Ik zal niet meer veel met u spreken; Joh. 12:31. 16:11. Efez. 2:2.want de overste dezer wereld komt, en heeft aan Mij niets.

31Maar opdat de wereld wete, dat Ik den Vader liefheb, en alzo doe, gelijkerwijs Mij de Vader Joh. 10:18. Hebr. 10:5.geboden heeft. Staat op, laat ons van hier gaan.