10 juli 2019

Hij zei tegen de rechters: Let op wat u doet, want u oordeelt niet voor een mens, maar voor de HEERE . Hij is bij u als u rechtspreekt.
2 Kronieken 19:6
Josafats rechtspraak en beproeving
Josafats hart was ondanks de verbintenis met Achab erop gericht om God te zoeken. Josafat had het recht lief en stelde in de steden rechters aan. Hij houdt zelf een toespraak waarin de instructies voor het rechtspreken worden vermeld. De rechters moeten zich bewust zijn van Gods tegenwoordigheid en zo hun ontzag voor God laten zien. Het recht moet een afspiegeling zijn van Gods zorg voor gerechtigheid en onpartijdigheid. Josafat moet zichzelf aan Gods recht onderwerpen ondanks de beproeving die komt als de vijand tegen hem oorlog voert. In de beproeving bidt Josafat tot God. Doen wij dat ook in een tijd van beproeving en aanvechting, bidden wij dan ook tot God? Zeggen we: ‘HEERE, U bent recht in al Uw weg en werk?’ Door de beproeving onderwijst God ons in de grondwet van Zijn koninkrijk: Dient Mij boven alle andere goden! Ik ben met u! Een aansporing tot rechtvaardig leven.
In slapeloze nachten kunnen we het denken niet nalaten. De beste vorm van denken is bidden.