11 juli 2019

Hij ging echter heen zonder betreurd te worden.
2 Kronieken 21:20
Jehoram en de afgoden
Toen Jehoram aan de macht kwam liet hij zijn ware aard zien door te moorden en de afgodendienst te bevorderen. Toch lezen we dat God Zich door Zijn genade niet terugtrok uit het koningshuis van David. Hoewel Jehoram de straf van een vreselijke ziekte moet dragen voor zijn eigen verdorvenheid. Hij had zich ongeliefd gemaakt onder zijn volk. Na zijn dood miste niemand hem; niemand begeerde hem terug en niemand wilde hem eer betonen. ‘Boontje komt om z’n loontje.’ Het is een waarschuwing dat wij zelf verantwoordelijk zijn voor onze daden tegenover God en de naaste. Door onze zondige daden maken we ons ongeliefd bij de mensen, zij krijgen een afkeer van ons. Afgodendienst staat niet altijd ver-van-ons-bed, afgoden moeten we niet onderschatten. Zij veroveren onze lust en begeerten, zodat we allerlei vormen van ongerechtigheid dienen in plaats van God. Hij zegt: Geef Mij uw hart en leef. Christus, leef in ons!
Wie zijn hart kent, kent zichzelf het beste.