8 september 2019

Alleen, wandel het Evangelie van Christus waardig (…)
Filippenzen 1:27
Waardig wandelen
Als Paulus de Filippenzen oproept tot een ‘wandel’ die het Evangelie van Christus waardig is, bedoelt hij meer dan alleen uiterlijk gedrag. Het woord dat hij hier gebruikt voor ‘wandel’, komt later in de brief (in 3:20) terug als ‘burgerschap’. Het gaat om de vraag waar je ‘thuis’ is, waar je thuishoort. Voor de vele Romeinen in Filippi was dat Rome. Filippi was een Romeinse kolonie waar ze tijdelijk verbleven. Maar ze hoorden in Rome en hun gedrag zal dat ook verraden hebben. Ze zaten niet vast aan Filippi. Hun hart zat in Rome. Zo moet het ook met de gemeente zijn. Aan hun wandel moet zichtbaar zijn dat ze niet hier op aarde ‘thuis’ zijn, maar bij Christus. Dat maakt je anders dan je omgeving en dan krijg je met tegenstanders (1:28), lijden (1:29) en strijd (1:30) te maken. Maar het thuis mogen horen bij Christus is dat ten volle waard.
God geeft ons zoveel goedertierenheid dat het zeker goed is ons erop te bezinnen wat wij kunnen doen om Hem onze dankbaarheid te tonen. (C.H. Spurgeon)