Levensrichting Psalm 103 zingt over het oosten en het westen en hoe ver die van elkaar verwijderd liggen. Als kind groeide ik op in de tijd dat Berlijn bestond uit een deel in het oosten en een deel in het westen, gescheiden door een muur. Zo ver ligt oost en west dus niet uit elkaar. Toch zet de schrijver van Genesis ons op een ander spoor, namelijk de weg naar het oosten. Adam en Eva werden verdreven uit het paradijs ten oosten van Eden, Kaïn vlucht naar het oosten en in Genesis 11 trekken mensen naar het oosten. Het oosten is de weg bij God vandaan, naar het land van de mens. Wie die kant op leeft, komt in het land van de belofte van de mens. Babel, het land van de verwarring, van de menselijke hoogmoed. Die levensweg is niet de weg naar het leven, maar een doodlopende. ‘Heer, U bent mijn leven, de grond waarop ik sta.’ (Lied 439, Weerklank)