Voer minimaal 2 tekens in.
God is niet een God van doden, maar van levenden.
– Mattheüs 22:32
De mond gesnoerd
Na Farizeeën en Herodianen komen ook Sadduceeën met strikvragen.
Zij vormen de welgestelde priesteradel en zijn veelal behoudende lieden. Ze loochenen de opstanding der doden en het bestaan van engelen. Jezus met Zijn nieuwlichterij moet voor altijd het zwijgen worden opgelegd. Met een bizar voorbeeld proberen ze het opstandingsgeloof volkomen onzinnig te verklaren. Het gaat over het zwagerhuwelijk. Die inzetting is menselijk. Een weduwe wordt zo de kinderzegen niet onthouden. De inzetting is ook sociaal. Kinderen zijn haar oudedagsvoorziening. Ze is ook religieus. De lijn naar de Messias wordt doorgetrokken. Maar Jezus maakt duidelijk dat ze de Schriften en de kracht van God niet kennen. Gods Boek is opstandingsboek bij uitstek. Het Leven doet de dood teniet.
Maar in Gods Rijk is het zó anders dan wij ons kunnen voorstellen. Hoe …? Dat laten we aan God Zelf over. Maar Mozes maakte kennis met de God van Abraham, Izak en Jakob … Levenden en geen doden! Gods liefde en trouw duren tot in eeuwigheid. Met dit antwoord moeten ze het doen.
De menigte stond versteld. En wij …? Gods vriendschap is eeuwige vriendschap.