Voer minimaal 2 tekens in.
Ik zal naar u toe komen voor het oordeel.
Ik zal een snelle Getuige zijn …
– Maleachi 3:5
Snelrecht
Opnieuw een overgang in stijl. Nu weer van proza naar poëzie, en opnieuw een nieuw gezichtspunt. Hier lezen we over een misstand, die we bij verschillenden van de kleine profeten veroordeeld zien: het sociale onrecht. Tot nu toe heeft Maleachi het daar nog niet over gehad, maar in deze verzen blijkt dat de HEERE daar evenzeer over oordeelt als over echtbreuk en valse godsdienst. Evenals over occulte praktijken en meineden klinkt hier het oordeel over het onrecht tegen arbeiders, wezen, weduwen en vreemdelingen. De HEERE had immers geboden goed voor hen te zijn (Deut. 24). Juist het zwakke dat niet voor eigen recht kan opkomen is in de ogen van de HEERE belangrijk.
Dat heeft ons veel te zeggen als het gaat om het ongeboren kind en de verzwakkende bejaarde. Bij de HEERE is geen sprake van zich voortslepend recht. Hij is een snelle Getuige als Hij ten oordeel komt.
‘Het is een algemeen gebod van God dat het gebrek van alle arme mensen verlicht moet worden.’ (Johannes Calvijn)