Onveranderlijk in genade en in recht Het woordje ‘Want’, waarmee onze tekst begint, kan beter vertaald worden met: ‘Zeker’. Sommige handschriften hebben het woord ‘Zie’. Er volgt dus weer iets belangrijks. De HEERE is namelijk niet veranderlijk, zoals een mens dat wel kan zijn. Dat geldt zowel voor Zijn genade als voor Zijn recht. Het eerste blijkt uit het feit dat het volk er nog is, ondanks hun zonde. Zo bestaat het volk Israël nog steeds ondanks alle pogingen om het uit te roeien, maar ook ondanks het feit dat het overgrote merendeel van de Joden in Israël volstrekt seculier is. God bewaart Zijn volk omdat Hij een verbond met hen gesloten heeft. Maar Hij is ook onveranderlijk in Zijn oordeel. Dat heeft Saul ondervonden toen hij het met Samuel op een akkoordje wilde gooien. De HEERE roept op tot terugkeer tot Hem. Wie daaraan gehoor geeft, wordt behouden. Christus blijft immers Dezelfde (Hebr. 13:8). ‘Uit de kerk weggaan is verloochening van God en Christus.’ (Johannes Calvijn)