Gebed voor de koning In deze psalm wordt gebeden voor Israëls koning. Hij moet strijden tegen sterke vijanden. Het is spannend. Er kunnen dagen van benauwdheid volgen. Moge de HEERE hem dan verhoren en hulp zenden. Uit het heiligdom, uit Sion. Want daar woont God te midden van Zijn volk. Daarmee beroept men zich op Gods verbond. Moge de HEERE de offers aannemen die de koning gebracht heeft. Moge God geven dat hij overwint en dat zijn plannen slagen. Dan zullen zij juichen. Zij zullen de Naam van hun God de eer geven. In dit gebed wordt de zekerheid uitgesproken dat de HEERE de koning verlost. Dat Hij hem heil schenkt. Er wordt ook meermaals om gebeden. De zekerheid ligt daarin, dat hij Gods gezalfde is. De vijanden vertrouwen op strijdwagens en paarden. Maar Gods volk vertrouwt op de Naam van de HEERE, hun God. Vertrouw vandaag op God en op Christus, de Gezalfde. Israëls koning had wel een bijzondere plaats, maar ook wij hebben de opdracht om te bidden voor onze koning. (1 Tim. 2:2)