Mijn rots, mijn burcht en mijn Bevrijder David dankt de HEERE Die hem uit de macht van al zijn vijanden en van Saul heeft gered. Dit persoonlijke danklied (uit 2 Sam. 22) is hier een psalm voor de koorleider om in de eredienst te zingen. Menigmaal verkeerde David in doodsgevaar. Maar hij riep tot God. En Hij hoorde. De aarde beefde, omdat Hij in toorn ontstak. Met Goddelijke majesteit daalde Hij neer van de hemel. Een vreselijk onweer kwam opzetten. Duisternis en donkere wolken waren om Hem heen. Zijn lichtglans verdreef ze. Hagel en vurige kolen kwamen neer. Hij liet Zijn stem horen, de hemel donderde. Zijn pijlen dreven de vijanden uiteen, bliksemflitsen brachten hen in verwarring. Verwoestende waterstromen sleepten alles mee. Maar mij trok Hij eruit. Hij redde mij van de vijand die sterker was dan ik. Zij beoogden mijn ondergang, maar Hij leidde mij in de ruimte. Hoe zalig, als deze God jouw Bevrijder is. Dan zeg je: ‘Ik heb U hartelijk lief, HEERE.’ (vs. 2)