Hij schenkt Zijn koning grote overwinningen en bewijst goedertierenheid aan Zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht tot in eeuwigheid. – Psalm 18:51
Daarom zal ik U, HEERE, loven De hulp van de HEERE stelde David in staat om al zijn vijanden totaal te overwinnen. Opstandelingen moesten onder hem bukken. Vijanden riepen om hulp, maar er was niemand die hen verloste. Ook de HEERE gaf hun geen gehoor. David veegde hen weg als straatvuil. Van aanklachten tegen hem van het volk verloste God hem. De HEERE gaf hem de heerschappij over de heidenvolken. Ze hoefden maar van David te horen, of ze onderwierpen zich al uit vrees voor hem. Nu geeft David de HEERE eer. De HEERE leeft. Hij is zijn rots en zijn heil. Alles heeft de koning aan Hem te danken. Hij zal daarom de HEERE loven onder de heidenvolken. Zij moeten de Naam van de HEERE horen. Dat Hij grote overwinningen geeft. Dat Hij trouw bewijst aan Zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht. Voor eeuwig is de heerschappij aan Gods Gezalfde, Davids Zoon: Jezus Christus. ‘Want God is ons ten schild in ’t strijdperk van dit leven en onze Koning is van Isrels God gegeven.’ (Psalm 89:8, berijmd) MEI