Voer minimaal 2 tekens in.
… Die de afstraling van Gods heerlijkheid is en de afdruk van Zijn zelfstandigheid, Die alle dingen draagt door Zijn krachtig woord …
– Hebreeën 1:3
Indrukwekkende opening
Wat een indrukwekkende opening vormen de eerste vier verzen van Hebreeën! Stralend rijst de Heere Jezus Christus op, blinkend in de heerlijkheid Gods. In het Grieks is het één lange volzin. Wat eerst gefragmenteerd tot ons kwam door de profeten wordt nu volkomen geopenbaard in de Zoon van God.
Terwijl God eerst sprak in visioenen, dromen en profetieën, openbaart Hij Zich ín Zijn eigen Zoon. Hij is de Schepper en de Erfgenaam, de opening en het sluitstuk. De weerschijn van Gods heerlijkheid is zichtbaar in Hem. Hij is de Zon der gerechtigheid.
Alleen Hij kon door Zijn bloed de reiniging van zonden tot stand brengen. En nu heeft Hij plaatsgenomen aan de rechterhand van Gods hemelse majesteit.
Zo opent Hebreeën. De eerste hoofdstukken lichten deze hoge positie verder toe. Hij is meer dan de engelen, meer dan Mozes, meer dan Aäron. Niemand is hoger, eerbiedwaardiger of begerenswaardiger dan Hij, onze Heere Jezus Christus. ‘Christus is als de zon der gerechtigheid. Zijn offer onthult de onvergankelijke glans van Gods majesteit.’ (Thomas Watson)