Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten en de liefdevolle inspanning die u Zijn Naam bewezen hebt, doordat u de heiligen gediend hebt en nog dient. – Hebreeën 6:10
Vriendelijke taal De schrijver is duidelijk: zijn lezers zijn teruggevallen. De vermaning is scherp. Hij houdt hun de spiegel voor, maar met liefde. Hij troost hen. God weet dat er op hun akker niet alleen dorens en distels groeien (vs. 8). Ze hebben zich uit liefde tot Christus ingespannen om een goede naaste te zijn. Liefdebetoon, niet alleen in woorden, maar ook in daden. Ze hebben met de schrijver meegeleefd toen hij in boeien was geslagen. Ze hebben zelf ook geleden en met blijdschap de beroving van hun goederen aanvaard (Hebr. 10:34). Hoe is het met ons? Misschien hebben we een beetje neergekeken op de Hebreeën, die weer terug moesten naar het abc van het geloof. Maar laten we ook in deze spiegel kijken. Zouden we blij zijn als we van onze goederen werden beroofd, ziende op het bezit in de hemel? Of zijn we wel verlicht geweest en hebben we hemelse gaven gesmaakt, maar missen we toch nog het goede werk in ons hart? ‘Goede werken en arbeid die voortkomt uit de liefde tot God, zijn prijzenswaardig.’ (Matthew Henry)