Voer minimaal 2 tekens in.
En Hij bracht ons naar deze plaats en gaf ons dit land, een land dat overvloeit van melk en honing. En nu, zie, ik heb de eerstelingen van de vruchten van het land dat U, HEERE, mij gegeven hebt, gebracht.
Deuteronomium 26:9-10
Dankdaggaven
In dit hoofdstuk horen we voorschriften voor dankdag in Israël: het geven van eerstelingen. Eerstelingen zijn de eerste opbrengsten van het land. Je brengt ze in het heiligdom, de plaats van de ontmoeting met de HEERE. Waarom? Omdat deze gaven je toevloeien vanuit de tempel. Het heiligdom is de bestemming van de uittocht van Abraham uit Ur en de uittocht van Israël uit Egypte. Je kunt alleen leven van de dienst van de verzoening. Dat dient ieder te beseffen. In Zijn huis leert de HEERE je dat alles wat je ontvangt, genadegaven zijn. Je ontvangt ze uit de hand van Hem, door het verzoeningswerk van Christus Jezus. Hij geeft je een plaats: de plaats waar je woont en werkt, de plaats in Zijn huis en dienst (de kerk). Laat dank ons vervullen. Laat deze dank ook blijken in gaven tot eer van de HEERE.
‘… want God heeft een blijmoedige gever lief.’ (2 Kor. 9:7)