De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen (…), om al de woorden van deze wet te doen. – Deuteronomium 29:29
Het Woord is genoeg In dit hoofdstuk komt sterk naar voren dat Mozes verwacht dat het volk in de zonde van afgoderij vervalt en daarmee de vloek van God over zich afroept. De zonde zit zo diep in je hart, dat je vanuit jezelf je van God af beweegt en tot het volgen van andere goden komt. Het is voor Mozes niet de vraag of het gebeurt, maar wachten wanneer. Later in de geschiedenis blijkt de afval. Deze constatering maakt de waarschuwing des te indringender. Het nalopen van andere goden (van onze eeuw) leidt tot nieuwsgierigheid. Je wilt van alles nazoeken, onderzoeken en analyseren. Pas je die houding op het leven met de HEERE toe, dan loop je vast. Je raakt de HEERE kwijt. Houd je aan wat de HEERE openbaart. Dat is genoeg om zalig te worden. ‘Maar wij aanbidden (…) de rechtvaardige oordelen van God, die voor ons verborgen zijn. We stellen ons ermee tevreden dat wij leerlingen van Christus zijn, om alleen te leren wat Hij ons aanwijst in Zijn Woord, zonder deze grenzen te overschrijden.’ (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 13)