Voer minimaal 2 tekens in.
… Ú ontziet die wonderboom, (…) die u niet hebt laten groeien, (…). Zou Ík dan die grote stad Ninevé niet ontzien, waarin meer dan honderdtwintigduizend mensen zijn die het verschil tussen hun rechter- en hun linkerhand niet weten, en daarbij veel vee?
– Jona 4:10-11
De les van de wonderboom
Nu gaat de HEERE Jona de les van de wonderboom leren. Jona maakt zich druk om een boom waar hij niets voor gedaan heeft, en waar hij in één dag nog nauwelijks aan gehecht kon zijn. Maar hoe anders is het met God en Ninevé. Hij heeft hen wél gemaakt. Ondanks hun goddeloosheid en zonde. Zij zijn hun Schepper vergeten, maar de Schepper Zijn schepselen niet! Zij gaan Hem aan het hart, al die duizenden mensen én hun vee. Hij heeft hen gemaakt tot Zijn eigen eer! Onbewogen zit Jona klaar voor het oordeel. Maar Gods hart is diep bewogen over Zíjn mensen. Wat een Evangelie! ‘Zou Ik hen niet ontzien?’ Die bewogenheid van God doet denken aan Jezus. Van Hem staat zo vaak in het Evangelie vermeld dat Hij ‘met innerlijke ontferming bewogen’ was over mensen die dwalen als schapen zonder herder. De Zoon is sprekend de Vader.
Deze wereld met al haar bewoners gaat God aan het hart!