16 mei 2019

Maar wat Jeremia betrof, had Nebukadrezar, de koning van Babel, bevel gegeven door de hand van Nebuzaradan, de bevelhebber van de lijfwacht: Neem hem mee, houd uw ogen op hem gericht en doe hem geen enkel kwaad. Voorzeker, zoals hij tot u spreken zal, zo moet u met hem doen.
Jeremia 39:11-12
Gods oordeel voltrokken en Zijn zorg voor Jeremia
Wat Jeremia gesproken heeft, wordt realiteit. In het elfde jaar van koning Zedekia wordt de stad ingenomen. Zedekia wordt met zijn familie op de vlucht gevangengenomen en de stad wordt verwoest. Dan wordt het vreselijke vonnis over Zedekia voltrokken. Zijn zonen worden voor zijn ogen afgeslacht en zijn edelen worden gedood. Daarna wordt Zedekia blind gemaakt, geboeid en naar Babel afgevoerd. Het overige volk wordt massaal weggevoerd naar Babel. Alleen de armen mogen blijven en de wijngaarden en akkers in bezit nemen. En Jeremia? Ook hier is Nebukadnezar instrument in Gods hand. De koning geeft opdracht om goed voor Jeremia te zorgen. Hij wordt bevrijd van zijn boeien en hij mag naar Gedalia gaan die door Nebukadnezar is aangesteld over het achtergebleven volk. Jeremia verblijft dan in vrijheid in Mizpa, te midden van het overgebleven volk.
De bevrijding van Jeremia is symbool voor uitzicht op herstel.