1 december 2019

En zij kwamen aan de overkant van de zee, in het land van de Gadarenen.
Markus 5:1
Daar komt Hij!
Treffend woord op deze eerste adventszondag. Jezus’ komen in het land van de wilden. Voor het eerst betreedt Hij een gebied dat als heidens bekendstaat. Vromen mijden deze plek. Een en al onreinheid: die graven en varkens zeggen genoeg. Het is de plaats van demonen en onreine geesten. Paria’s houden zich hier op. Als Jezus voet aan wal zet komt er een uit een graf. Aangrijpend. Een mens, bezeten van alles wat niet koosjer is. Een man, volledig bezeten door een spookleger van indringers die zijn menselijkheid hebben afgenomen. Ze geven hem bovenmenselijke kracht, maar het verwoest hem ook. Hij is een menselijk wrak, naakt, eenzaam, zelfvernietigend. Nacht en dag schreeuwen en jezelf met stenen slaan. Een leven zonder hoop. Zonder God. Jesaja tekent de afval van Gods volk. Verbondskinderen, bezet door duistere machten, beheerst door onreine geesten. Dat komt nog voor. Ben ik het Heere? Ik … van nature? Maar: daar is Hij! Advent.
Het Koninkrijk van God is nabijgekomen. Verheug je!