15 januari 2020

Was mij schoon ...
Psalm 51:4
Ik moet gewassen worden
God schrijft met de vinger van Zijn Geest in het boek van je leven: ‘Je moet gewassen worden.’ Hij wil dat we dat zelf aan Hem vragen. David bidt: ‘… reinig mij van mijn zonde’ (vs. 4). Die kennis heeft David van God gekregen. Een mens maakt zichzelf anders nooit wijs dat hij een zondaar is. David belijdt: ‘Want ik ken mijn overtredingen, mijn zonde staat mij voortdurend voor ogen’ (vs. 5). Hij ontkent het niet. Hij schuift de schuld niet af, hij erkent dat hij fout geweest is met Bathseba (vs. 2). Maar hij vindt, door het ontdekkende werk van de Heilige Geest, een genadig God. Een zondaar die zijn schuld belijdt, wil God genadig zijn. Het bloed van Christus reinigt van alle zonden. David eindigt deze psalm dan ook met: ‘... een verbrijzeld en verslagen hart zult U, o God, niet verachten’ (vs. 19b).
Zonder belijden van schuld geen vergeving. Mee eens?