Voer minimaal 2 tekens in.
Ú ziet het wél, want U aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geeft …
– Psalm 10:14
U ziet het wel
Het is laster als de goddeloze zegt dat God zijn wandaden niet ziet. Dat God geen rekenschap zal eisen. Laat God zulke laster toe? ‘Sta op, HEERE God’, bidt de dichter. ‘Bewijs Uw macht.
Toon dat het niet waar is. U vergeet ellendigen niet. U ziet het kwaad, al gebeurt het stiekem. U aanschouwt de moeite en het verdriet. U weet er raad mee. U zult het vergelden. Weerloze mensen stellen hun vertrouwen op U. U bent hun Helper.’ De dichter bidt dat God de macht van de goddelozen zal breken en dat Hij met hen zal afrekenen. Want de HEERE is Koning.
Voor eeuwig. U, HEERE, hebt het gebed gehoord, de wens van de zachtmoedigen. U maakt dat ze niet meer heen en weer geslingerd worden. U zult de verdrukte recht doen. Dan wordt door U vanuit de hemel het geweld gestopt van een aardse sterveling. Vast en zeker!
De moeite en het verdriet kunnen wij niet de baas worden, maar God wel.