Efeze 6
De brief van de apostel Paulus aan de gemeente van Efeze

HSV

Kinderen en ouders

1Kol. 3:20Kinderen, wees je ouders gehoorzaam in de Heere, want dat is juist.

2Ex. 20:12; Deut. 5:16; 27:16; Matt. 15:4; Mark. 7:10Eer je vader en moeder (dat is het eerste gebod met een belofte),

3opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde.

4En vaders, wek geen toorn bij uw kinderen op, Deut. 6:7,20; Ps. 78:4; Spr. 19:8; 29:17maar voed hen op in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere.

Slaven en heren

5Kol. 3:22; 1 Tim. 6:1; Tit. 2:9; 1 Petr. 2:18Slaven, wees, evenals aan Christus, gehoorzaam aan uw heer naar het vlees, met vrees en beven, oprecht van hart,6:5 oprecht van hart - Letterlijk: in eenvoud van het hart.

6niet met ogendienst, als mensenbehagers, maar als slaven van Christus; doe zo van harte de wil van God,

7en dien met bereidwilligheid de Heere en niet de mensen.

8U weet immers dat wat ieder aan goeds gedaan heeft, hij dat van de Heere terug zal krijgen, hetzij slaaf, hetzij vrije.

9Kol. 4:1En heren, doe hetzelfde bij hen; laat het dreigen achterwege. U weet toch dat ook uw Heere in de hemelen is Deut. 10:17; 2 Kron. 19:7; Job 34:19; Hand. 10:34; Rom. 2:11; Gal. 2:6; Kol. 3:25; 1 Petr. 1:17en dat er bij Hem geen aanzien des persoons is.

De geestelijke wapenrusting

10Verder, mijn broeders, word gesterkt in de Heere en in de sterkte van Zijn macht.

11Kol. 3:12; 1 Thess. 5:8Bekleed u met de hele wapenrusting van God, opdat u stand kunt houden tegen de listige verleidingen van de duivel.

12Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, Efez. 2:2tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van de duisternis van dit tijdperk, tegen de geestelijke machten van het kwaad in de hemelse gewesten.

13Neem daarom de 2 Kor. 10:4hele wapenrusting van God aan, opdat u weerstand kunt bieden op de dag van het kwaad,6:13 dag van het kwaad - Letterlijk: de kwade dag. en na alles gedaan te hebben, stand kunt houden.

14Luk. 12:35; 1 Petr. 1:13Houd dan stand, uw middel omgord met de waarheid, Jes. 59:17; 2 Kor. 6:7en bekleed met het borstharnas van de gerechtigheid,

15en de voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie van de vrede.

16Neem bovenal het schild van het geloof op, waarmee u alle vurige pijlen van de boze zult kunnen uitblussen.

17Jes. 59:17; 1 Thess. 5:8En neem de helm van de zaligheid Hebr. 4:12; Openb. 2:16en het zwaard van de Geest, dat is Gods Woord,

18terwijl u Luk. 18:1; Rom. 12:12; Kol. 4:2; 1 Thess. 5:17bij elke gelegenheid met alle gebed en smeking bidt in de Geest en daarin waakzaam bent met alle volharding en smeking voor alle heiligen.

19Bid ook Hand. 4:29; 2 Thess. 3:1voor mij, opdat mij het woord gegeven wordt bij het openen van mijn mond, om met vrijmoedigheid het geheimenis van het Evangelie bekend te maken,

202 Kor. 5:20waarvan ik een gezant ben Hand. 28:20in ketenen, opdat ik daarin vrijmoedig mag spreken, zoals ik moet spreken.

Mededeling en zegenbede

21Kol. 4:7En opdat ook u weet hoe het met mij gaat en wat ik doe, zal Hand. 20:4; Kol. 4:7; Tit. 3:12Tychikus, de geliefde broeder en trouwe dienaar in de Heere, u dat allemaal bekendmaken.

22Met dat doel heb ik hem 2 Tim. 4:12naar u toe gestuurd, opdat u onze omstandigheden zou kennen en hij uw hart zou vertroosten.

23Vrede zij de broeders, en liefde met geloof, van God de Vader en van de Heere Jezus Christus.

24De genade zij met allen die onze Heere Jezus Christus in onvergankelijkheid liefhebben. Amen.

6

Plichten van kinderen en ouders, dienstknechten en heren

1Gij Kol. 3:20.kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht.

2Ex. 20:12. Deut. 5:16. 27:16. Matt. 15:4. Mark. 7:10.Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte),

3Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde.

4En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, Deut. 6:7, 20. Ps. 78:4. Spr. 19:8. 29:17.maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren.

5Kol. 3:22. 1 Tim. 6:1. Tit. 2:9. 1 Petr. 2:18.Gij dienstknechten, zijt gehoorzaam uw heren naar het vlees, met vreze en beven, in eenvoudigheid uws harten, gelijk als aan Christus;

6Niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende den wil van God van harte;

7Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen;

8Wetende, dat zo wat goed een iegelijk gedaan zal hebben, hij datzelve van den Heere zal ontvangen, hetzij dienstknecht, hetzij vrije.

9Kol. 4:1.En gij heren, doet hetzelfde bij hen, nalatende de dreiging; als die weet, dat ook uw eigen Heere in de hemelen is, Deut. 10:17. 2 Kron. 19:7. Job 34:19. Hand. 10:34. Rom. 2:11. Gal. 2:6. Kol. 3:25. 1 Petr. 1:17.en dat geen aanneming des persoons bij Hem is.

De geestelijke wapenrusting

10Voorts, mijn broeders, wordt krachtig in den Heere, en in de sterkte Zijner macht.

11Kol. 3:12. 1 Thess. 5:8.Doet aan de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt staan tegen de listige omleidingen des duivels.

12Want wij hebben den strijd niet tegen vlees en bloed, maar tegen de overheden, Efez. 2:2.tegen de machten, tegen de geweldhebbers der wereld, der duisternis dezer eeuw, tegen de geestelijke boosheden in de lucht.

13Daarom neemt aan 2 Kor. 10:4.de gehele wapenrusting Gods, opdat gij kunt wederstaan in den bozen dag, en alles verricht hebbende, staande blijven.

14Luk. 12:35. 1 Petr. 1:13.Staat dan, uw lenden omgord hebbende met de waarheid, Jes. 59:17. 2 Kor. 6:7.en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid;

15En de voeten geschoeid hebbende met bereidheid van het Evangelie des vredes;

16Bovenal aangenomen hebbende het schild des geloofs, met hetwelk gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.

17Jes. 59:17. 1 Thess. 5:8.En neemt den helm der zaligheid, Hebr. 4:12. Openb. 2:16.en het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord.

18Met alle bidding en smeking, biddende Luk. 18:1. Rom. 12:12. Kol. 4:2. 1 Thess. 5:17.te allen tijd in den Geest, en tot hetzelve wakende met alle gedurigheid en smeking voor al de heiligen;

19En Hand. 4:29. 2 Thess. 3:1.voor mij, opdat mij het Woord gegeven worde in de opening mijns monds met vrijmoedigheid, om de verborgenheid van het Evangelie bekend te maken;

202 Kor. 5:20.Waarover ik een gezant ben Hand. 28:20.in een keten, opdat ik in hetzelve vrijmoediglijk moge spreken, gelijk mij betaamt te spreken.

Zending van den brief door Tychikus. Zegengroet

21Kol. 4:7.En opdat ook gij moogt weten hetgeen mij aangaat; en wat ik doe, dat alles zal u Hand. 20:4. Kol. 4:7. Tit. 3:12.Tychikus, de geliefde broeder en getrouwe dienaar in den Heere, bekend maken;

22Denwelken ik tot datzelfde einde 2 Tim. 4:12.tot u gezonden heb, opdat gij onze zaken zoudt weten, en hij uw harten zou vertroosten.

23Vrede zij den broederen, en liefde met geloof, van God den Vader, en den Heere Jezus Christus.

24De genade zij met al degenen, die onzen Heere Jezus Christus liefhebben in onverderfelijkheid. Amen.